Energie-efficiëntie van gebouwen

Energiezuinige, energiepassieve, energieneutrale en energieproducerende gebouwen

Energie-efficiënte gebouwen worden ontworpen met het oog op een zo gering mogelijk energieverbruik. Een gebouw kan energie-efficiënt worden door gebruik te maken van hoogwaardige bouw- en isolatiematerialen die warmteverlies tegengaan en het gebouw luchtdicht maken. Voor energie-efficiënt bouwen zijn een hoogwaardig ontwerp en deskundige uitvoering onmisbaar. Met name thermische bruggen moeten zoveel mogelijk worden vermeden.

Energie-efficiënte gebouwen worden ingedeeld in vier categorieën: energiezuinige, energiepassieve, energieneutrale en energieproducerende gebouwen. Bezien vanuit de levensduur van gebouwen worden passiefgebouwen vaak als de beste oplossing beschouwd.

Type 0 - Standaardgebouw

Een standaardgebouw voldoet alleen aan de minimumeisen voor energie-efficiëntie


Type I - Energiezuinig gebouw

Een energiezuinig gebouw verbruikt slechts de helft van de energie van een standaardgebouw. De energie-efficiëntie wordt verkregen door een betere schil- en raamisolatie, en een balansventilatiesysteem met warmteterugwinning. Energiezuinig bouwen is niet noemenswaardig duurder dan de bouw van een standaardhuis (0-5%). Het jaarlijks energieverbruik voor de verwarming van een energiezuinig gebouw ligt tussen 50–60 kWh/m2.

Type II – Energiepassief gebouw

Een passiefgebouw verbruikt nog slechts een kwart van de energie van een standaardgebouw. Het gebouw wordt verwarmd met energie die het zelf produceert. Er is naast de balansventilatie geen afzonderlijke verwarmingsinstallatie nodig.

De kenmerken van passiefgebouwen die in de verschillende delen van Europa worden gehanteerd, zijn gebaseerd op de voorgestelde energievereisten in de Promotion of European Passive Houses (PEP) en het onderzoeksprogramma Passive-on studies of the Intelligent Energy Europe.

De kenmerken van een passiefgebouw zijn gebaseerd op zijn energiebehoefte. Bij de schatting van de totale energiebehoefte van het gebouw wordt uitgegaan van primaire energie met bepaalde limietwaarden. Duitsland hanteert bijvoorbeeld een omrekenfactor van 2,7 voor de benodigde primaire energie voor stroom die via het elektriciteitsnet wordt ingekocht. Deze omrekenfactoren voor energie worden landelijk overeengekomen.

Land  Energievraag voor ruimteverwarming en -koeling Primaire energievraag  Verwarmingsenergie  Luchtdichtheid 50 Pa
  kWh/m2a  kWh/m2a  W/m2  uitw/u
Finland 20 - 30  130 - 140   0.6 
Noorwegen 15 + 3.5(T - 5)
T=gemiddelde jaartemperatuur
 

   
Zweden Zuiden 45
Noorden 55
Totaal ingekochte energie
  Zuiden 10
Noorden 14
~0.6
(0.3 l/sm2
Duitsland 15  120    0.6 
Zuid-Europa  15 + 15 = 30 120    0.6 


Bij energie-efficiëntie wordt gekeken naar oplossingen voor de schil van het passiefgebouw: lage U-waarden en een bijzonder goede luchtdichtheid. De hele constructie moet goed geïsoleerd zijn en voorzien zijn van hoogwaardige ramen en deuren.

De bouw van een passiefhuis is maar 5–10% duurder dan die van een standaardhuis. Maar die extra kosten voor de duurzame constructie worden al direct terugverdiend omdat er geen verwarmingssysteem hoeft te worden geïnstalleerd. Voor passiefgebouwen zijn geen nieuwe technologieën of speciale uitrustingen en materialen nodig. Het jaarlijks energieverbruik voor de verwarming van een passiefgebouw is afhankelijk van de locatie van het gebouw, en varieert van 15 kWh/m2 in Centraal-Europa tot 30 kWh/m2 in Noord-Europa.

Volgens plannen van de Commissie wordt passiefbouw vanaf 2015 de Europese norm voor nieuwe gebouwen. 

Type III – Energieneutraal gebouw

Een energieneutraal gebouw is een gebouw waarbij de jaarlijkse netto-energievraag en CO2-uitstoot nul is. Deze gebouwen verbruiken geen stroom van het elektriciteitsnet.

Type IV - Energieproducerend gebouw

Het energieproducerend concept duidt op gebouwen die dezelfde energie-efficiëntie als energiepassieve gebouwen hebben, maar daarnaast ook nog beschikken over een actieve energievoorziening op basis van zon- en windenergie. In de zomer wordt de overtollig geproduceerde stroom verkocht aan het stroomnet om deze daarna in de winter weer terug te kopen. Voorwaarde is dat er een nationaal teruglevertarief bestaat en dat is in de meeste landen nog niet het geval. De huidige tarieven worden zwaar gesubsidieerd om de ontwikkeling van nieuwe technologie te bevorderen.

Voor een energieproducerend gebouw moet gerekend worden met een extra investering van minstens 10% vergeleken met een standaardgebouw. Energieproducerende gebouwen zijn nu nog zeldzaam, maar zullen in de toekomst naar alle waarschijnlijkheid de nieuwe bouwtrend worden.