Brandclassificatie

Nationale bouwverordeningen zijn doorgaans gebaseerd op de manier waarop een brand zich ontwikkelt (standaardbrandcurve). De eisen die aan de gebruikte materialen en constructies worden gesteld, zijn gebaseerd op het type gebouw, de grootte ervan, de brandbelasting en de bezettingsgraad.

Brandclassificatie  

a) Brandklasse voor materialen: Reactie op brand (brandvoortplanting)

Bij brand geldt voor alles dat het gebouw zo snel mogelijk moet kunnen worden geëvacueerd zodat er zo min mogelijk slachtoffers vallen. Hoeveel tijd er beschikbaar is voor zo'n ontruiming, is afhankelijk van de materialen in het gebouw en hun brandwerende eigenschappen.
Binnen de EU wordt de brandveiligheid van bouwproducten uitgedrukt in Euroklassen. Deze indeling werd ingevoerd via het besluit van de Commissie (2000/147/EG) van 8 februari 2000 om een gemeenschappelijk platform te creëren waarop het brandgedrag van praktisch alle bouwproducten kon worden vergeleken.

De brandtests voor deze producten zijn uitgevoerd in overeenstemming met de geharmoniseerde testmethodes, die zijn ontwikkeld op basis van eerdere nationale testmethodes. 

Euroklasse-brandtestmethodes:

  • Onbrandbaarheidstest EN ISO 1182 
  • Bepaling van 'calorische bom' EN ISO 1716
  • SBI-test (Single Burning Item) EN 13823
  • Kleine-vlamtest EN ISO 11925-2
  • Bepaling van brandvoortplanting van vloerbedekkingen EN ISO 9239-1

Meer informatie >>

VTT: EUROCLASS System

 

Opmerking: Bij de SBI-testmethode worden grotere testobjecten gebruikt dan bij traditionele testmethodes om het verkregen testresultaat beter te laten aansluiten op situaties met echte branden. De ervaring heeft geleerd dat SBI een betrouwbaar resultaat geeft, behalve voor meerlaagse producten, zoals lichtgewicht metalen sandwichpanelen. Omdat er een aantoonbaar verband is tussen het resultaat van de SBI-test en de opstelling van het testobject, werd besloten een norm te ontwikkelen met instructies voor de opstelling en aansluiting van testobjecten (EN 15715).

Om de Euroklasse van een bepaald product te bepalen, wordt gelet op de volgende kenmerken: onbrandbaarheid, ontvlambaarheid, vlamuitbreiding, calorische bom en de ontwikkeling van rook en brandende druppels. Vervolgens wordt het product, afhankelijk van het resultaat voor elk kenmerk, opgenomen in een bepaalde brandklasse (zie onderstaande afbeelding).

 

Brandclassificatie

 

Euroklasse Voorbeeld
A1, A2  Steenwol, gipsplaat
B Geverfde gipsplaat
C Gipsplaat met behang
D Hout
E Brandvertragend EPS
F Niet-geteste materialen, EPS


Rook, index  Brandende druppels, index
 s1 (minste rook)  d0 (geen brandende druppels)
 s2  d1
 s3  d2

  • Klasse A1 betekent onbrandbaar. Klasse A2 duidt ook op onbrandbare producten omdat er bij toepassing van de producten uit deze klasse geen flashover plaatsvindt. 
  • Klassen A2 t/m D worden nader gespecificeerd met indicatoren voor rookontwikkeling s1, s2 of s3 en de vorming van brandende druppels d0, d1 of d3 (bijvoorbeeld A2 - s1, d0). 
  • Voor klasse E geldt alleen een nadere specificatie met de indicator d2. 
  • Klasse F geeft aan dat het product niet kan worden geclassificeerd of dat de fabrikant geen verklaring heeft afgegeven over het brandgedrag van het product.
  • Bij de classificatie van de Euroklasse voor buisisolatie, wordt de subindex 'L' gebruikt (bijvoorbeeld A2L –s1, d0).

De vereisten voor het brandgedrag van materialen worden duidelijk aangegeven in lokale brandvoorschriften. De lokale brandvoorschriften bepalen dat in bouwelementen gebruikte materialen: 

  1. Geen snelle brandvoortplanting mogen veroorzaken
  2. Geen grote hoeveelheden hitte of gassen mogen ontwikkelen
  3. Niet mogen smelten of als brandende druppels uit het vuur mogen lekken

 

Gloei- en smeulbranden

 

Voor gloei- en smeulbranden bestaat nog geen specifieke euroclassificatie, hoewel sommige lidstaten op dit terrein reeds eisen hebben gesteld.

Het gloeibrandgedrag van een product verwijst naar de mate waarin het blijft nagloeien nadat het vuur is geblust. Er wordt momenteel een geharmoniseerde Europese testmethode voor gloeibranden ontwikkeld. Deze eigenschap geldt niet alleen voor thermische isolatie, maar in principe voor alle bouwproducten.

Een smeulbrand verwijst naar de vuurontwikkeling in een product die wordt veroorzaakt door een langdurige hitteblootstelling met lage intensiteit. Een smeulbrand kan bijvoorbeeld optreden bij de thermische isolatie in plafonds met ingebouwde verlichting. Er is momenteel nog geen geharmoniseerde Europese testmethode beschikbaar voor smeulbranden.

Toxische gassen

De toxische gassen die bij een brand vrijkomen zijn, zoals eerder gezegd, al in een vroeg stadium van de brand dodelijk en verdienen daarom speciale aandacht. Er is momenteel geen geharmoniseerde Europese methode voor het testen en beoordelen van de toxiciteit die bouwproducten bij een brand ontwikkelen. Een Europese aanpak op dit terrein wordt echter voorbereid.

  • PAROC-steenwol is opgenomen in Euroklasse A1, de hoogste brandklasse
  • PAROC-steenwolproducten zijn gemaakt van natuursteen, waaraan tijdens het productieproces slechts een kleine hoeveelheid organisch bindmiddel wordt toegevoegd. PAROC-steenwol is een onbrandbaar materiaal. 

b) Brandklasse van constructies: Brandwerendheid (compartimentering)

Terwijl producten worden ingedeeld op basis van hun brandgedrag, worden daken, muren, vloeren, plafonds en bouwsystemen inclusief luchtkanalen en leidingen geklasseerd op basis van hun brandwerendheid. Het daarbij gehanteerde classificatiesysteem voor brandwerendheid heet REI. De REI-prestaties worden op werkelijke schaal getest in een oven met een temperatuur- en tijdsverloop op basis van de standaardbrandcurve.

  • I = Isolatie = De tijd die verstrijkt tot de koude zijde van het relevante deel van het gebouw een bepaalde temperatuur (gewoonlijk 140⁰C) heeft bereikt
  • E = Integriteit = De periode gedurende welke het relevante deel van het gebouw intact blijft tijdens een normale brand
  • R = Draagcapaciteit = De periode gedurende welke het relevante deel van het gebouw de relevante belasting kan dragen tijdens een normale brand
  • M = Mechanische actie = Schokbestendigheid

De testresultaten worden uitgedrukt in het aantal minuten dat de constructie weerstand aan het vuur weet te bieden binnen de limietwaarde van elk criterium. Zo betekent de klasse REI 60 dat de constructie zijn draagvermogen, integriteit en isolerend vermogen een uur lang weet te behouden tijdens een brand. Als criterium voor isolerend vermogen geldt dat de temperatuur aan de andere kant van het vuur niet hoger mag worden dan 140 graden. In sommige gevallen kunnen ook aanvullende criteria bij de classificatie worden betrokken. M verwijst naar de schokbestendigheid, iets wat meestal vereist is voor brandschotten, en C naar deuren met een automatische sluiting.

De compartimentering wordt doorgaans bepaald door nationale bouwvoorschriften, maar is over het algemeen afhankelijk van het aantal verdiepingen, het ruimtegebruik en het vloeroppervlak. 
  • Door haar hoge smeltpunt is PAROC-steenwol een uitstekende keuze voor brandwerende constructies. PAROC-steenwol behoudt zijn eigenschappen zelfs bij 1000⁰C.
  • De sandwichpanelen van PAROC zijn de beste keuze voor scheidingswanden. Deze producten voldoen, afhankelijk van dikte en type, aan de klasse EI 15 t/m EI 240. Daarnaast hebben we dubbelwandige constructies uit de klasse EI-M 60, 90 en 120 die als brandschot kunnen worden gebruikt.

 

c) Brandklasse van bouwsystemen

Bouwsystemen zoals HVAC spelen een belangrijke rol bij het brandveilig ontwerp van een gebouw. Om het vuur niet buiten een brandcompartiment te laten treden, moeten alle ventilatiekanalen en leidingen voldoen aan de eisen voor brandwerendheid. De doorgangen naar andere brandcompartimenten moeten speciaal worden ontworpen om te voorkomen dat het vuur zich verder kan verspreiden.

HVAC-producten moeten voldoen aan de geharmoniseerde productnorm EN 14303 en vanaf augustus 2012 moet alle technische isolatie voorzien zijn van een CE-markering.

Daarnaast zijn er geharmoniseerde testnormen voor brandproeven met gebouwinstallaties, zoals ventilatiekanalen, leidingen en bekabelingen. Er bestaan weliswaar verschillende EN-testnormen, maar geen geharmoniseerde productnormen voor alle systemen. Informatie over de lokale voorschriften en vereisten vindt u op onze specifieke pagina's voor elk land.

  • Steenwolisolatie vormt een uitstekende oplossing voor de brandisolatie van kanalen, leidingen en andere installaties.

 

d) Brandklasse van gebouwen

Bij het ontwerp van een gebouw moet een keuze voor een bepaalde brandklasse worden gemaakt. Hoewel de brandklasse in de meeste gevallen al vaststaat, is in sommige gevallen toch een keuze mogelijk.

Op welke criteria de brandklasse van een gebouw is gebaseerd, wisselt per markt, maar doorgaans gaat het om de volgende criteria:

  • Het doel van het gebouw
  • Het aantal bewoners 
  • Het soort activiteit in het gebouw 
  • De grootte van het gebouw 
  • Het aantal verdiepingen

Hoe hoger de klasse des te strenger de eisen voor de gebruikte bouwproducten en de ontworpen constructie.

In veel landen maken de bouwverordeningen onderscheid tussen drie brandklassen.
  • De laagste klasse is het minst streng en geldt meestal voor normale woningen met een of twee verdiepingen. In deze klasse worden slechts een paar restricties voor de gebruikte producten gemaakt. Die restricties gelden met name voor de bekleding van garages en de doorgang van de schoorsteen door de dakconstructie.
  • De middelste klasse geldt voor woongebouwen met minimaal drie en maximaal acht verdiepingen. Ook commerciële en overheidsgebouwen kunnen, afhankelijk van hun grootte, tot deze klasse behoren. In dit geval geldt een aantal restricties bij de keuze van producten en constructies, alsmede voor de grootte van de brandcompartimenten.
  • De hoogste en meest veeleisende klasse is van toepassing op gebouwen met meer dan acht verdiepingen. Alle producten moeten onbrandbaar zijn en alle constructies moeten voldoen aan de brandwerendheidsklasse R en EI. In de huidige voorschriften bestaan enkele uitzonderingen op het gebruik van onbrandbare producten. In dat geval moet in het ontwerp echter een actieve beveiliging (zoals een sprinklerinstallatie) voor de brandbare producten worden opgenomen. 

Voorbeeld van Finse brandrichtlijn, brandklassen gerelateerd aan gebruik, grootte en hoogte van het gebouw:


Brandklasse van gebouw
  P1 P2 P3
 Aantal verdiepingen onbeperkt max. 2 max. 2

  woning max. 4  
 Vloeroppervlak (m2) onbeperkt onbeperkt 2400 / 1 verdieping
      1600 / 2 verdiepingen
 Aantal bewoners    
    150 / 1 verdieping 50 / 1 verdieping
 Hotel onbeperkt 50 / 2 verdiepingen 10 / 2 verdiepingen
    100 / 1 verdieping 10 / 1 verdieping
 Zorginstelling   25 / 2 verdiepingen niet toegestaan / 2 verdiepingen
 Commercieel gebouw  onbeperkt onbeperkt / 1 verdieping 500 / 1 verdieping
    250 / 2 verdiepingen 50 / 2 verdiepingen

Vereiste brandwerendheidsklasse voor draagconstructies

   P1  P2  P3
 Brandbelasting MJ/m2  > 1200  600 - 1200  < 600    
 2 verdiepingen*  R120  R90  R60  R30  -
 3 - 8 verdiepingen  R180  R90  R60  R30  -
 > 8 verdiepingen  R240  R180  R120 niet toegestaan niet toegestaan

* Constructies moeten gemaakt zijn van producten die voldoen aan Euroklasse A2-s1, d0. Als de klasse niet wordt gebruikt, moet de thermische isolatie voldoen aan Euroklasse A2-s1, d0.

Vereiste brandwerendheidsklasse voor afscheidende constructies

  P1 (brandbelasting MJ/m2)  P2 (verdiepingen)  P3
   > 1200  600 - 1200  < 600  3 - 4  1 - 2  
 Afscheidingen  EI120  EI90  EI60  EI60  EI30  EI30
 Zolderafscheidingen  EI30  EI30  EI30  EI30  EI30  EI30
 Kelderafscheidingen  EI120  EI90  EI60  EI120  EI60  EI30