Content is blocked

In order to see this content you need to allow cookies.

Algemene informatie over brandveiligheid


De brandveiligheid van gebouwen is als één van de basisvereisten voor bouwprojecten opgenomen in de Europese Verordening bouwproducten.

De regeling voor de brandveiligheid van gebouwen is in eerste instantie bedoeld om mensenlevens te beschermen en in tweede instantie voor zaken van materiële waarde. Uit onderzoek blijkt dat de meeste dodelijke ongevallen bij een brand zich voordoen door inademing van rook en giftige gassen. Die dodelijke concentraties ontstaan al lang voordat de temperatuur en het vuur zich op een levensbedreigende manier hebben ontwikkeld. Bij de bescherming van mensenlevens in geval van brand draait het daarom vooral om een zo snel mogelijke evacuatie.


Algemene informatie over brandveiligheid

 

Bij de ontwikkeling van een brand in een gebouw spelen drie factoren een rol: zuurstof, brandbare materialen (brandstof) en ontsteking (warmte). Brandbare materialen en zuurstof zijn normaal gesproken altijd aanwezig. De derde factor, ontsteking, kan zich voordoen door onachtzaam gebruik van bijvoorbeeld vuur, een vonk of een sigaret. Om de verbrandingsreactie te stoppen moet een van de drie brandfactoren worden weggehaald.

Als de warmteafgifte van het vuur zo groot is dat de warmte de ruimte niet snel genoeg kan verlaten, zal de temperatuur in de ruimte snel stijgen. Wanneer er voldoende hitte is vrijgekomen, treedt een flashover op en zal het vuur zich vanuit het groeistadium razendsnel uitbreiden naar een volledig ontwikkelde brand. Op dat moment zal het vuur zich verspreiden over alle brandbare oppervlakken in de hele ruimte en zullen de vlammen door de raam- en deuropeningen naar buiten slaan. In die fase zijn de overlevingskansen nihil.

Door het grootschalig gebruik van brandbare bouwproducten, zoals hout, en het toegenomen gebruik van brandbare producten voor thermische isolatie om te voldoen aan de eisen voor energiebesparing, wordt de brandbelasting van gebouwen steeds groter. De belangrijkste kwestie vanuit het oogpunt van flashover is dat materialen getest worden op hun warmteafgifte.

Standaardbrandcurve


Algemene informatie over brandveiligheid   Bij een normale woningbrand kan het vuur soms al uren aan het smeulen zijn voordat er brand uitbreekt. Als de temperatuur bij het plafond van een kamer tot een paar honderd graden stijgt, zal ook de temperatuur van de andere oppervlakken in de ruimte steeds hoger worden. Bij een temperatuur van 400⁰C gaat de vlamuitbreiding steeds sneller en bij 500-600⁰C vatten alle brandbare oppervlakken in de kamer vuur en zal een flashover optreden. Bij een brand in een modern appartement duurt het gemiddeld 3 tot 5 minuten voordat het begin van een brand zich ontwikkelt tot een flashover. Bij de volledig ontwikkelde brand nadat er een flashover is opgetreden, kan de temperatuur oplopen tot 1000 à 1200⁰C.


Het verloop van een brand kan in drie fasen worden ingedeeld.

Algemene informatie over brandveiligheid  

  1. In de eerste fase (ontsteking) zien we dat het oppervlak van de materialen een cruciale rol speelt. Onbrandbare producten leveren geen bijdrage aan de brand zodat mensen meer tijd krijgen om de ruimte te verlaten. Daarnaast moet gekeken worden naar de eigenschappen voor rookproductie van materialen. Toxische gassen en slecht zicht kunnen zelfs in het beginstadium van een brand al dodelijk zijn. Bij onbrandbare producten komen geen toxische gassen en rook vrij.
  2. In de tweede fase (de vlamfase) is vooral de structurele brandveiligheid van belang. Hoe lang de tweede fase duurt, is afhankelijk van de aanwezige hoeveelheid brandbaar materiaal.
  3. De derde fase wordt bereikt wanneer al het brandbare materiaal is verbrand.


Brandveiligheid

Een brand in een gebouw kan leiden tot het verlies van mensenlevens en grote schade aan eigendommen. Ongeveer de helft van de bedragen die verzekeringsmaatschappijen jaarlijks vergoeden, gaat naar brandschade. Waterschade is goed voor zo'n 30%, inbraak voor 20% van de jaarlijkse schadeclaims. Gebouwen en hun inhoud leveren een bijdrage aan de brandontwikkeling. Maatregelen voor brandveiligheid kunnen het risico op brand aanzienlijk verkleinen.

We maken onderscheid tussen passieve en actieve brandveiligheid in een gebouw.

Passieve brandveiligheid wordt doorgaans ingebouwd in de constructie, zodat het gebouw de brand gedurende een bepaalde tijd kan weerstaan. Doel van deze passieve brandbeveiliging is de constructie en de mensenlevens in het gebouw in het geval van brand zoveel mogelijk te beschermen door:
  • De interne en externe verspreiding van vuur te beperken of voorkomen 
  • De structurele stabiliteit van het gebouw te behouden
  • Vluchtroutes voor de aanwezigen te garanderen

Passieve brandbeveiliging betekent ook compartimentering en structurele brandveiligheid.

De actieve brandbeveiliging treedt pas in werking zodra een brand uitbreekt en omvat onder meer de inrichting van brandmeldsystemen en brandalarmsystemen, automatische sprinklers, brandwerende deuren en rolluiken, noodverlichting en rookafzuigsystemen. Een moedwillige beschadiging van het wateraanvoermechanisme, schade aan de bedieningsafsluiters of ondeskundige behandeling zou het systeem buiten werking kunnen stellen. Het is daarom niet raadzaam om de brandbeveiliging van een gebouw te baseren op één systeem waarvan de werking niet altijd kan worden gegarandeerd.

Bij de keuze van bouwmaterialen en hun toepassingswijze om het gewenste passieve brandveiligheidsniveau te garanderen, spelen twee factoren een rol: hun reactie op brand en hun brandwerendheid.